Image 01 Image 02 Image 03 Image 04 Image 05 Image 06 Image 07
Mythe
Regio: 
Mol

Zwarte Kaat en de Hellenendse bende

De Heksenboom in Mol
Zwarte Kaat

Omstreeks de 16de eeuw leefde er in de Kempen, in het dorp Hellenende, een roversbende die onder leiding stond van een heks genaamd de Zwarte Kaat. Men dacht dat het een heks was omdat ze pikzwart haar had, een smal ingevallen gezicht, een haviksneus en een bleke huidskleur. Deze bende zorgde voor veel onrust in de Kempen. Hoeves werden beroofd, kooplieden vermoord en kerken geplunderd. Wat ze ook deden, ze kregen haar niet te pakken.

Totdat de Zwarte Kaat de fout maakte om een pasgeboren baby, een jongentje, te ontvoeren. Deze zou haar en de bende geluk brengen. Ze noemden de jongen Tomas en vertrokken uit de Kempen richting Duitsland om daar hun roverspraktijken uit te oefenen. De eerste 18 jaar ging alles goed totdat de bende heimwee kreeg en terugkeerde naar de Kempen. Ze dachten dat de inwoners hen al lang vergeten was, maar kwamen tot hun schrik achter dat de vader van Tomas nog leefde. Bang om herkend te worden smeden ze een plan om hem te vermoorden. Jammer genoeg lukte dit hen en voelden ze zich weer veilig. Tomas die dit had gezien wist niet dat dat zijn vader was maar voelde dat er iets niet klopte. Hij besloot om niet meer bij de bende te blijven. Zwarte Kaat merkte dat ze Tomas kwijt was en schoot hem dood, tenminste dat dacht ze. Tomas overleefde de aanslag en werd door een pater gevonden en verzorgt totdat hij genezen was. Tomas wou niet dat men wist dat hij nog leefde en vertelde dit aan de pater. Hij was bang dat anders de Zwarte Kaat hem alsnog zou vermoorden.

De pater die begrip hiervoor had verstopte hem in de abdij van Postel. Er verstreek meer dan een jaar en de bende van de Zwarte Kaat was zijn geluk kwijt. Ze besloten om de plaatselijke abdij te beroven. Ze hadden gehoord dat er een kist met zilveren daalders in de toren van de abdij stond. Na deze roof zouden ze voorgoed verdwijnen. Ze smeden een plan en gingen aan de slag. Wat ze niet wisten was dat ze werden bespied door een jonge man. De oudste zoon van de vader van Tomas genaamd Floris.

Floris had namelijk wraak gezworen toen zijn jongere broer werd ontvoerd en zeker nu ook zijn vader was vermoord. Toen hij hoorde wat de Zwarte Kaat van plan was ging hij naar het plaatselijke gerechtshof en vertelde dit. Het hof gaf hem 10 soldaten mee om de roof te verijdelen. De bende liep in de val maar bij het gevecht wat er ontstond, werd Floris neergestoken. Tomas, die het gevecht gaande sloeg, sprong tussenbeide en droeg Floris weg naar de Hoeve waar Floris woonde. Zwarte Kaat schrok dat Tomas nog leefde. De soldaten werden overmeesterd, nu hun leider weggebracht was en renden weg. De bende die gehavend was bleef achter in de toren. Het gerechtshof hoorde van het gevecht en stuurde een heel leger naar de abdij.
De bende die er nog was werd overmeesterd, behalve de Zwarte Kaat. Ze had zich verstopt en zinde wraak op Tomas. Alle bendeleden werden ter dood veroordeeld en dezelfde dag nog terechtgesteld.

Floris herstelde snel en Tomas mocht op de hoeve blijven. Zo verstreek er een jaar en Tomas voelde zich zeer gelukkig op de hoeve. Alleen voelde hij een pijn van verdriet, omdat hij gezien had hoe de vader van Floris werd vermoord door de bende waar hij bij had gezeten. Tijdens een picknick, toen men vertelde hoe blij ze waren sinds Tomas op de hoeve was, barste Tomas in tranen uit en vertelde zijn verhaal. Iedereen schrok, want dit hadden ze niet verwacht. Voordat iemand iets kon zeggen hoorden ze iemand lachen en kwam de Zwarte Kaat uit het bos gelopen. Ze vervloekte Tomas dat hij haar ongeluk had gebracht en vertelde dat hij het kind was dat was geroofd. Ze rende toen op Tomas af met een mes in haar hand om hem te doden. Floris sprong tussen beide en ze liet het mes vallen. Gillend rende ze weg maar werd later door twee gerechtsdienaars gearresteerd.

Op de hoeve was alles weer in orde. De verloren zoon was terug en gerechtigheid was geschied. Dezelfde dag werd de Zwarte Kaat ter dood veroordeeld en ter dood gebracht. Ze hebben haar begraven op het kerkhof ergens achteraf gelegen zonder kruis. In plaats daarvan plaatsten ze een heester boven op het graf wat naar ongeveer vierhonderd jaar uitgroeide tot de heksenboom.

Printvriendelijke versie

© 2017 Filip Gybels