Image 01 Image 02 Image 03 Image 04 Image 05 Image 06 Image 07
Legende
Regio: 
Maaseik

Harlindis en Relindis van Aldeneik

Sint-Annakerk te Aldeneik

Maaseik ontstond in de Middeleeuwen op de plaats waar nu het rustige dorpje Aldeneik ligt. De heiligen Harlindis en Relindis zijn wellicht de meest bekende volksheiligen in en rond Maaseik. Nu nog worden deze doopnamen regelmatig aan Maaseiker borelingen gegeven.

Harlindis en Relindis waren de dochters van Adelhard, een bekeerde Frankische edelman, en van z'n echtgenote, vrouwe Grinara. Toen Harlindis en Relindis de wens uitdrukte om kloosterlingen te worden, lieten Adelhard en Grinara een een kerk en een klooster voor hen bouwen in Aldeneik.

Beide dochters hielpen ijverig mee bij de bouw, hetgeen niet naar de zin van vader Adelhard was, hij vond dat geen vrouwenwerk. Op een dag hadden Harlindis en Relindis stenen voor een mozaïekvloer geraapt in de Maasbedding en ze brachten die stenen in hun voorschoot naar de bouwwerf. Op de brug over de Bosbeek echter hield de kwade vader Adelhard hen tegen en vroeg "Wat hebben jullie in je voorschoot?". Een leugentje voor bestwil kon nog net bij beide heiligen en ze antwoordden prompt: "Bloemen, vader!". Vol vertrouwen openden ze beiden hun voorschoten waar de bloemen aan alle kanten uitrolden. De maaskeien bleken inderdaad in rozen veranderd te zijn. Sindsdien heet dat brugje over de Bosbeek: "Het Leugenbrugske".

Om de 25 jaar worden de Harlindis en Relindis feesten gevierd.

***

Alle heiligen worden vroeg of laat bekoord of getergd door de duivel. Zo ook Harlindis en Relindis.

Tijdens een nachtelijke gebedsstonde werd de duivel woedend op de geloofsijver van beide gezusters. Om een einde te maken aan het gebed, dat de duivel door merg en been sneed, sloop deze stilletjes naderbij en blies met z'n vuile zwaveladem de kaarsen uit. Maar, nog voordat de aanwezigen konden bekomen van hun schrik, daalde een engel uit de hemel neer, stak de kaarsen weer aan en joeg de duivel terug naar z'n hellekrochten.

Printvriendelijke versie

© 2017 Filip Gybels