Image 01 Image 02 Image 03 Image 04 Image 05 Image 06 Image 07
Legende
Regio: 
Lobbes

Sint-Landelin

Sint-Landelin te Lobbes

Omstreeks het jaar 600 leefde in Bapaume een adelijke familie, afstammend van de Merovingers (Frankische Prinsen dewelke Attila, Koning der Hunnen, overwonnen). In deze familie werd, tot grote vreugde van iedereen, een zoontje geboren dat "Landelin" werd genoemd. Aubert, Bisschop van Cambrai, doopte het kindje en liet hem toe de lessen te volgen aan de Bisschoppelijke School. Hij werd een vlijtig student en hij bereikte een hoge graad van geleerdheid. Logisch gezien werd hij voorbestemd tot een Kerkelijk Ambt en hij bereidde zich dus voor op zijn intrede in een kloosterorde. Zijn weinig godsdienstige neven raadden hem dit boetvaardig bestaan echter af en lieten hem proeven van het wereldse genot. Landelin liet zich meeslepen, verliet de kloosterlingen en trok de wijde wereld in. Niet zeer ver echter... In die tijden was Lobbes een zeer beboste streek rond de rivier de Samber. In die bossen leefde allerlei gespuis en Landelin kwam terecht bij een van deze benden.

Eigenaardig genoeg voelde hij er zich vlug thuis en aldus begon zijn wettenloos leven. Erger nog, als slim en ontwikkelde jongeling verwierf hij vlug de controle over de bende en werd hun aanvoerder. Hij wijzigde zijn naam en als "Maurosus" begon hij, aan het hoofd van de bende vrijbuiters, plundertochten, diefstallen en moorden, soms voorafgegaan door vreselijke folterpartijen waaraan ze schijnbaar veel plezier beleefden. Hun hoofdkwartier bevond zich in de buurt van Lobbes, maar men zegt dat ze zich soms verschansten in de versterkte toren van Landelies.

Op zekere dag stierf Landelin's beste vriend bij een van hun plundertochten. Diens dood bedroefde Landelin in die mate dat hij de volgende nacht een afschuwelijke nachtmerrie kreeg. Een groep demonen overweldigde de kampplaats en vochten om zich de ziel van de afgestorvene toe te eigenen met de bedoeling ze ter helle te voeren. Na het vertrek van de boze geesten verscheen echter een engel die zich rechtstreeks tot Landelin richtte. De engel dwong hem te kiezen tussen de angst en het lijden van de hel en het geluk in het paradijs der hemelen. Hij spoorde hem aan de bende te verlaten. Landelin aarzelde niet. Hij verliet het kamp en vroeg vergeving aan Bisschop Aubert, die hem met open armen ontving. Dit gebeurde in het jaar 643, en dit was dus de legende van Landelin, de stichter.

Wat er ook van zij, Landelin ontving van Paus Martinus I het bevel Gallië te bekeren en er het evangelie te verkondigen. Sint Vincentius had toenmaals reeds een klooster aan de oevers van de Zenne; Saint Ghislain had zijn Abdij nabij Mons (Bergen)... Landelin verkoos "Lobbes", om op deze wijze boete te doen voor de wandaden die hij aldaar beging. Hij verzamelde enkele volgelingen en samen bouwden ze een kleine vestiging. Ze bewerkten de velden, stelden zich ten dienste hunner medemensen en baden veel voor hen. Daarop volgde de normale evolutie bij de ontwikkeling der abdijen. Rijkere lieden traden toe en verkregen, in ruil voor hun eigendommen en schenkingen, aflaten en gratie. In die mate dat heel vlug nieuwe gebouwen werden opgericht. De Abdij van Lobbes dateert dus van omtrent 654. In de loop der tijden werden nog talrijke verbouwingen uitgevoerd. Na Landelin drukte Sint Ursmer (697) nog duidelijker zijn stempel op de verdere uitbouw der Abdij van Lobbes. Dit leidde tot grotere bloei en uitstraling.

Printvriendelijke versie

© 2017 Filip Gybels